Religie

Inleiding

Deze artikelen zijn voorlopige concepten.
Ik heb me tot doel gesteld een aantal visies op het gezichtspunt van Religie te geven.
Hoe kom ik daar zo toe?
Daarover valt natuurlijk veel te zeggen.
In ieder geval volgde ik bij Prof. Dr. Jac van Essen colleges over dit onderwerp en heb ik me
nader in dit onderwerp verdiept. Zo gaf ik zelf ondermeer colleges over dit onderwerp.
Wat ik ook wil proberen is in zo eenvoudig mogelijke taal te schrijven. 
Veel leesplezier en feedback of vragen zijn erg welkom.

Ik schrijf daarnaast ook andere artikelen voornamelijk over het onderwerp pelgrimeren.


Religie en Bestaansvragen

Onzekerheid levert mensen soms een gevoel van angst, een gevoel van vrees op.
Godsdienst en wetenschap proberen een antwoord te geven op de existentiële angst, bestaansangst, van de mens.
Het probleem begint bij het formuleren van die antwoorden op bestaansvragen.
Elk antwoord is incompleet en daardoor ten dele onjuist. Onwaar zou je kunnen zeggen.

Over religie is heel erg veel te zeggen, zowel praktisch als theoretisch.
Ik zie de praktische kant van religie als een vorm van Toegepaste Filosofie.
Religie gaat in op de benadering van bestaansvragen.
Die bestaansvragen kun je benaderen vanuit de Ultimologie, als de theorie van de laatste dingen.
Ultimologie komt van het Latijns ultimum, het laatste, uiterste.

We proberen die benadering te doen d.m.v. een mensbeschouwing, waarbij geen beroep wordt gedaan op mytho-poëzie.  
Mytho-poëzie is een vorm van denken die gebaseerd is op speculatieve voorstellingen en begrippen.
Daarmee bedoelen we een theorie te ontwikkelen die onbeïnvloed is door dogmatische levensovertuigingen. 
In feite nadenken over bestaansvragen. Wat betekent zoiets in een gesprekspraktijk in het gesprek of de filosofie over de laatste dingen?

Onzekerheid, mensen houden er niet van.
Onzekerheid levert mensen soms een gevoel van angst, een gevoel van vrees op.
Godsdienst en wetenschap proberen een antwoord te geven op de existentiële angst, bestaansangst, van de mens.
Het probleem begint bij het formuleren van die antwoorden op bestaansvragen.
Elk antwoord is incompleet en daardoor ten dele onjuist. Onwaar zou je kunnen zeggen.

Wetenschap is ook niet de hele waarheid. Prof. Robert Winston zegt hierover: “De wetenschap is dus niet de waarheid. Het is een versie van de waarheid”. http://www.robertwinston.org.uk/
Hij verdedigt wetenschap wel, maar wil het vooral niet als de enige waarheid zien.
Met andere woorden het gaat wel om het gezonde verstand, maar om het inzicht dat de werkelijkheid en waarheid groter is dan wetenschap en natuurlijk ook groter dan godsdienst.

Ikzelf zie het zo:? Begin met je mond houden. Begin te beseffen dat je niet de hele waarheid kent.
Ik hanteer hiervoor de eerste tao van Lau Tze: "Elke tao die benoemd kan worden, is niet de echte tao."
Dit betekent voor mij wel dat je mag en misschien zelfs “moet" zoeken naar antwoorden, echter wel in het besef van de beperkingen die dat zoeken met zich mee brengt.

In de psychocurientie proberen we te vertrekken vanuit de wetenschappelijk feitenkennis van vandaag.
Dit betekent vaak het loslaten van eerdere overtuigingen.
Vanwaar dit belang van loslaten? De mens werd van oorsprong geconfronteerd met een hem overweldigende natuur waarop hij geen antwoord had. Om hierop toch een antwoord op te geven ontstaan er tal van rituelen en overtuigingen.
Op zichzelf is er niets mis met overtuigingen en ideeën, zolang je de betrekkelijkheid ervan beseft.
Bombardeer je ze echter tot waarheid dan krijg je een systeem dat je vervolgens weer problemen opleveren kan.

Misschien is het beter toch nog wat opmerkingen te maken.
In het vakgebied van de psychocurientie gaan we er vanuit dat mensen hulp inroepen als ze vastlopen.
Prof. Van Essen noemde dit het verschil tussen klacht en hapering.
Zo zou je de psychocurientie als specifiek causale gespreksmethode kunnen zien.
Hij stelde: Iemand komt met een bepaalde klacht, maar daaronder ligt de hapering.
Die hapering heeft met iemands Levensfilosofie te maken. De wijze dus hoe hij zichzelf en het leven bekijkt. 

Dit klinkt wellicht nogal wat theoretisch, maar zal hopelijk bij de behandeling van een aantal thema’s wat duidelijker worden.
Er zal veel taal gebruikt worden. Hoezo doe ik dat?
Prof van Essen zag gevalsbenadering als het Taal geven aan. Met andere woorden: zijn theorie is: een probleem in iemands leven heeft te maken met de wijze waarop iemand zelf taal geeft aan zijn probleem. Door het geven van een andere taal is probleemoplossing mogelijk. In mijn eigen praktijk probeerde ik vooral te laten zien dat je op verschillende manieren naar een zelfde situatie kon kijken. Het viel me op dat mensen veelal gefixeerd waren op een bepaalde manier van kijken. Die wijze van kijken leverde dan problemen op. Als het lukte die fixatie te doorbreken leverde dit bijna altijd een vorm van “bevrijding” op. 

Een plaatje zegt soms meer dan duizend woorden:


Iedere vorm van kijken is subjectief. 
Dit inzicht gebruikte ik in mijn praktijk. Het kan de ernst van het eigen gelijk aanmerkelijk verminderen.
Zo zeggen we ook wel: Je kunt wel gelijk hebben, maar wat doe je met je eigen gelijk.
In je praktijk moet je, denk ik, sowieso uitgaan van de subjectieve beleving van het eigen gelijk. Met andere woorden: iemand die je consulteert heeft vanuit z’n eigen gezichtspunt altijd gelijk. Punt hierbij is natuurlijk dat hij daarmee wel in de problemen komt; daar ga ik dan wel vanuit dat iemand je consulteert.

Dezelfde werkelijkheid op een andere manier kunnen zien.
In je gewoonte patronen besef je dit onvoldoende. Je benadert de werkelijkheid als ge-kend. In feite ga je onachtzaam met de werkelijkheid om. Terwijl de werkelijkheid hooguit be-kend voor je is, want in wezen zie maar een fractie van alle facetten.
De werkelijkheid is hypercomplex waarvoor taal tekort schiet. 
Stilstaan, anders leren kijken opent een poort naar een “nieuwe” werkelijkheid.
Niet echt nieuw, je kijkt alleen anders en ziet daardoor iets anders.

Nienke Wijnants zegt in een interview in de Morgen van 2 oktober 2013: “Dit leven heeft geen zin".
Dat zegt me persoonlijk eigenlijk niets. Hoe kan iemand weten of iets zin heeft of niet? 
Ik denk dat je eigenlijk alleen maar kunt zeggen ik weet niets van een zin van het leven.
Zeggen dat het zin heeft is dus naar mijn oordeel even onzinnig als zeggen dat het geen zin heeft.
 In de Religiologie spreken we daarom ook nooit van ‘de zin van het leven’ maar over je ‘zin in het leven'. 

Ze zegt ook: "Volgens mij hebben mensen last van het feit dat ze geen antwoord vinden op existentiële vragen.
Religiologie gaat nu juist om met die 'vragelijkheid' te leven. Deze te aanvaarden en een zinvol leven te creëren.
De basis van het artikel vind ik overigens best interessant. Nienke zegt ook een aantal dingen waarin ik mezelf uitstekend kan vinden.
Ze zet zich af tegen materiële rijkdom, landjepik en wereldoorlogen. Helemaal mee eens.
Ook oppert ze het idee van metafysical clubs. Interessant idee.

Nienke krijgt dit interview omdat ze een boek geschreven heeft. Dat boek heet: “Wie ben ik en wat wil ik?"
Als je benieuwd bent wat ze daarvan vindt kun je dat boek lezen.
Misschien nog even een religiologische opmerking: Vinden we ooit een antwoord op de vraag van wie ben ik?
Mensen gaan gemaskerd met zichzelf om en zijn zichzelf een raadsel. 
Dit raadsel is wellicht de grond van religie.
In een aantal volgende artikelen wil ik proberen hierop dieper in te gaan.

 

Arnold Spijker




 









 


Contactformulier












© Arnold 2018